Onze medewerkers

 

Met hart en ziel zetten de medewerkers van Yadeborg zich in voor onze bewoners. Daarbij treden ze hen met respect tegemoet, ongeacht ieders achtergrond of geschiedenis.
Het team van Yadeborg is divers. Daarmee beschikken we over ruime ervaring en een uitgebreid pallet aan kennis en vaardigheden.

Onze bewoners blijven ten alle tijde eindverantwoordelijk om invulling te geven aan hun eigen leven en toekomst. Medewerkers van Yadeborg staan hen daarbij terzijde om problemen in kaart te brengen en dragen actief bij aan oplossingen. Daarvoor beschikken ze over een groot netwerk van (externe) deskundigen en kennis over administratieve procedures.

Om goed in hun werk te blijven krijgen onze medewerkers bijscholingen, trainingen en intervisie.

 

Meer lezen over ons werk? Kijk wat onze medewerkers zoal doen.

Adem rustig, wees overtuigd en neem ruimte in

Agressie en geweld op de werkvloer komt in alle beroepsgroepen voor. De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (2017) - die werd uitgevoerd door het CBS en TNO - bracht aan het licht dat werknemers in zorg en welzijn hier het meest mee te maken kregen.
‘Bijna driekwart van de medewerkers ervaart agressie of ongewenst gedrag door patiënten of cliënten’, schrijft Jennifer Elich in een nieuwsbericht op de website Sociaal Werk Nederland.

Helaas is ook voor de vrouwen en mannen die bij Yadeborg werken agressie en geweld op de werkvloer niet onbekend. Om hen hierop voor te bereiden krijgen zij een training die inzicht moet geven in achtergronden en oorzaken van agressie en geweld en bovenal ook gereedschap biedt om deze ongewenste uitingen te reduceren.


In de training die Rümaine Garcia, Dave Weerstand en Rene Derks de medewerkers van Yadeborg aanbieden, zijn interculturaliteit en weerbaarheid met elkaar vervlochten, want bijna alle mensen die Yadeborg opvangt en begeleidt komen uit andere landen.

Gedurende de dag komen theoretische achtergronden, praktijkervaringen en praktische oefeningen voorbij. Hoewel de sfeer voortdurend ontspannen blijft is het inhoudelijk pittig.
Begrippen als cultuur, agressie, trauma en geweld komen in een stevig tempo voorbij. De trainers grijpen daarbij geregeld terug op de (levens)ervaringen van de deelnemers. In het divers samengestelde team leidt dat tot open gesprekken en uitwisseling van kennis.

Ik kan hun emotie niet lezen
‘Ik ben verkaasd’, zegt R. ‘Ik heb thuis geleerd dat oudere tantes en ooms nooit fout kunnen zijn en altijd gelijk hebben. Wanneer die zelf weten dat ze niet goed zaten krijg je geen excuses, maar later opeens een cadeautje of een lekker gerecht. Ook als ik met mijn oudere broer ruzie heb verwacht mijn familie nog steeds dat ik hem mijn excuses aanbiedt.
Zelf leer ik mijn dochter dat papa ook fout kan zijn, dan sorry zegt en excuses aanbiedt.’
De vraag werpt zich dan op wat normaal is. Hoe herken je dankbaarheid? Welke betekenis geef je aan aankijken of wegkijken? Waarom maken mensen soms zachte klikjes als je met hen praat? Is altijd eerlijk zijn in elke cultuur de goede optie? Hoe toon je affectie? Bescherm je een kind door alles altijd uit te praten of door soms gewoon een streep te trekken?

Waar je vandaan komt en wat je gewend bent bepaalt wat je 'normaal' vindt, zo blijkt. Rümaine: ‘We moeten onze jongeren hier helpen bepaalde gedragingen aan te leren. Wat gaat hen helpen wanneer ze in onze samenleving moeten functioneren.
‘De cultuur van een ander te kunnen lezen is vaak een lastige opgave, ook voor de mensen van Yadeborg. Zo vertelt M: ‘Verbale agressie van Syrische jongeren vind ik heftig. Ik kan hun emotie niet lezen. Als ze gewoon praten klinkt het al zo heftig.’
‘Kijk dan ook naar de reactie van de anderen. Is die heftig of blijven ze rustig’, is de tip die Rümaine hem geeft.

Weg van de veilige uitgang
Ook de theorie die Dave zijn gehoor aanbiedt, is omvangrijk. Het gaat van confrontatieregels tot veiligheidsklep en van forensische veiligheid en scherpte tot verschillende vormen van agressie.
De uitleg bij elk onderwerp lijkt voor zich te spreken, maar combineer alle informatie en het duizelt je om het goed in de praktijk te brengen.
Het belangrijkste dat volgens Dave echter tussen de oren moet komen is de-escaleren. ‘Wij zitten bij deze training erg op de-escaleren. Weerbaarheid begint niet bij slaan of schoppen. Het begint bij jezelf. Adem rustig. Wees overtuigd en neem ruimte in. …’
Een voor een legt hij de confrontatie regels uit om na een oefening verder te gaan met veiligheidsbewustzijn. Waar werk je? Wat zijn de werkinstructies? Wat zijn de veiligheidsprotocollen? Wat is je positionering, de betrokkenheid en evaluatie.

‘Gedragswetenschappers stellen meestal dat de jongeren op de eerste plaats staan. Ik leer je dat dat niet zo is. Als het gaat om veiligheid dan sta jij op de eerste plaats. Dan jouw collega en dan de jongere.
Creëer je eigen veiligheid. Heb je een porto bij je op jouw ronde? Ga altijd met zijn tweeën op pad. Weet altijd waar je je in de ruimte bevindt. Zorg je er voor dat je je altijd veilig terug kunt trekken?’
Dat blijkt niet zo te zijn. K verhaalt hoe zenuwachtig ze werd toen ze zich tijdens een gesprek met een nieuwe pupil realiseerde dat haar enige vluchtroute zich achter de jongen bevond. Haar veiligheidsroute, een tweede deur achter haar zat op slot.

Dat de daaropvolgende praktijkoefening nog niet direct kunst baart, wordt even later snel duidelijk. Wanneer Dave een jongere naspeelt die ‘flipt’ gaat al direct veel mis. Dreigend en met luide stem en armgebaren stuurt Dave de medewerkers weg van hun veilige uitgang. Om afstand tot Dave te houden legt de medewerker zijn handen op de schouders van Dave die daardoor helemaal door het lint gaat. Een collega die bijspringt probeert het gesprek met Dave aan te gaan en houdt niet op met praten.
Dan legt Dave met een time-out gebaar het spel stil. Eén indringende oefening en direct volop stof tot evalueren.

‘Zit jouw kind in een ISK?’

‘Zit jouw kind in een ISK (Internationale Schakelklas)?’ De verbazing klinkt duidelijk door in de toon waarmee een collega van Erik Stalman de vraag stelt. Erik neemt graag de tijd om het uit te leggen. Hij kwam in oktober 2022 met zijn gezin terug uit Thailand en is nu in Veenhuizen teamleider van de opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen. ‘We hadden onszelf en onze kinderen voorbereid op de terugkeer. De praktijk blijkt hardnekkiger en langduriger dan je dacht.’

Impact van landverhuizing
Erik en zijn vrouw hebben vier kinderen die eerst mee naar Thailand “moesten” en 7 jaar later ook weer “verplicht” mee terug kwamen naar Nederland. ‘Wanneer ik hier mijn verhaal vertel raakt dat aan wat mijn collega’s hier met de jongens meemaken. Onze kinderen hebben veel tijd en energie nodig om die landverhuizing te verwerken.
Ik krijg nu van dichtbij mee hoeveel impact dat heeft. Het gaat gepaard met een rouwproces. En als dit bij onze kinderen al het geval is, hoe is dat dan voor jongeren die een trauma meemaakten?
Om beter Nederlands te leren, volgt onze dochter les in een ISK met pakweg driekwart vluchtelingenkinderen. Voor haar is het volstrekt normaal dat je je tussen andere culturen begeeft.’

 

Verlamt door trauma en rouw
Nederlanders die niet met vluchtelingen werken, hebben het vaak alleen over de nieuwe kans die jongeren hier krijgen. Wanneer deze dan niet direct uit de startblokken komen, kan dat op weinig begrip rekenen.
Erik heeft dat begrip wel. ‘Jongeren die hier komen zijn vroeg zelfstandig geworden. Dit omdat ze in de thuissituatie vaak noodgedwongen verantwoordelijk waren voor broertjes en zusjes. Tijdens hun vlucht waren ze eigen baas en moesten ze het zelf zien te rooien. Velen liepen onderweg een trauma op.
Hier vertonen ze soms opstandig gedrag. Ze willen eigen baas blijven, precies zoals ze dat eerder met vallen en opstaan hebben geleerd. In ons land zijn ze voor de wet echter nog kind, want nog geen 18 jaar. En zo moeten ze accepteren dat mijn collega’s, ook vrouwen die vaak nauwelijks ouder zijn dan zij, gezag over hen hebben.
Als je 15 of 16 jaar bent, ben je nog niet volwassen en heb je nog niet geleerd hoe je goed met je emoties om moet gaan. Jongens die zich eerder met vechten staande moesten houden, moeten nu leren hun problemen met praten op te lossen.
De eerste paar jaar dat ze in Nederland zijn, zitten ze toch vooral in een periode van de verwerking van rouw en trauma. Het verlamt velen en vraagt tijd om dingen te kunnen verwerken.
Jonge collega’s die net afgestudeerd zijn, hebben die kennis of ervaring nog niet. De trainingen die ze hier krijgen, maakt dat bij hen dan de schellen van de ogen vallen.’

 

Een andere werkelijkheid
Jongeren hebben ook tijd nodig om hun droombeeld van Nederland bij te stellen. Hoopten zij dat het leven hier eenvoudiger zou zijn, de werkelijkheid blijkt anders. De weg is lang en lastig: om de Nederlandse taal te verwerven, een goede opleiding te volgen, de andere cultuur te begrijpen en eigen te maken, een huis te krijgen of geld voor een auto te verdienen.
‘Wij leggen hen dit, uit zoals ook hun voogden of medewerkers van de IND of Vluchtelingenwerk dit doen. Vaak werkt het het best wanneer een collega met eenzelfde culturele achtergrond of cultuurcoach dit vertelt.’
Erik vraagt er begrip voor dat de jongeren het niet makkelijk hebben. ‘Wanneer alleenstaande minderjarigen op hun bed blijven liggen en niet naar school gaan heeft dat een diepere oorzaak. Onderzoek dat, want een gezond kind vindt het niet erg om naar school te gaan.’

‘Jongeren die naar ons land komen verbazen zich over onze cultuur. Bijvoorbeeld over het gebrek aan respect voor onze ouderen. Over hoe onbeschoft kinderen soms tegen hun docenten zijn. Over de stevige, directe manier waarop we hier gewend zijn elkaar aan te spreken. Over de strakke deadlines die we elkaar hier opleggen, tegenover het meer rustige tempo daar. En ik moet zeggen dat mijn kinderen, mijn vrouw en ik hun verbazing vaak delen.’

Er gewoon voor hen zijn, dat is het werk

Op een donkere donderdag in februari zijn negen medewerkers van Yadeborg in Veenhuizen present voor een introductietraining. Een sober, klein lokaal is het toneel. Trainer David Maman presenteert er zijn powerpoint op een kale, ongelijke muur. Luxe vind je hier nergens.
De warme, uitnodigende sfeer in de groep vormt een opvallend contrast met het armelijk decor. Maria heeft er net een slaapdienst op zitten en schuift toch met een brede glimlach aan. Zij verwoordt wat allen hier voelen: ‘De jongeren, dat maakt het mooi om hier bij Yadeborg te werken.’

Yadeborg begeleidt, activeert en ondersteunt alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Hoe gaat dat evenwel in zijn werk, dat begeleiden, activeren en ondersteunen?
Hiervoor volgen alle medewerkers van Yadeborg trainingen, of zij nu pedagogisch medewerker, slaapdienstmedewerker of teamleider zijn.
Deze keer staat een introductie in het ‘methodisch kader voor het begeleiden van AMV in de opvang van het COA’ op de agenda. Iedereen kreeg daar al verschillende stukken over toegestuurd.
Dat is volgens David in de praktijk minder zwaar dan het lijkt. ‘Voor veel dingen heeft het COA al wat verzonnen met volop wijsheid. Het is alleen jammer dat het zo veel letters zijn. Na afloop vandaag zijn we allen vaardiger om met de methodiek te werken. En je zult zien het is een positieve methode. Géén naïeve methode. Het sluit aan bij wat jongeren willen. En er is altijd wel iets wat zij wel willen.’

60 pagina’s telt de methodiek. Voor wie meer wil weten over de doelgroep en begeleiding is het goed leesbare stuk als een stoomcursus. Waar komen de jongeren vandaan en hoe komen zij hier? Wat hebben ze bij hun vertrek uit hun vertrouwde omgeving verloren en onderweg meegemaakt? Welke indrukken hebben ze opgedaan en hoe beïnvloedt dat hun gedrag? Hoe werkt de band met hun achtergebleven familie door? Kunnen zij zich opnieuw binden? Zeker als het verleden zo beladen en de toekomst zo onzeker is.
Naast de kenmerken van de doelgroep biedt de methode ook volop informatie over bijvoorbeeld juridische en pedagogische kaders, maar ook over verschillende methodieken om de jongeren te begeleiden.
Verschillende van die kaders en methodieken zitten door opleiding en ervaring al in de genen van de vrouwen en mannen van Yadeborg. Wanneer David zijn cursisten uitnodigt een persoonlijke reactie te geven op een aantal uitspraken die hij aan de wand heeft gehangen, komt het gesprek al snel op gang.
Over duidelijkheid geven wat de jongeren van jou mogen verwachten, en ook wat je als mentor van hen mag verwachten. Over rust, reinheid en regelmaat. Over hoe je jongeren laat nadenken over de reden waarom zij iets doen. Over onveilig voelen, grenzen overschrijden en mogelijke gevolgen van straf en uitsluiting. Over pubers die soms een knuffel nodig hebben. Maar vooral ook over er simpelweg voor de jongeren te zijn: samen optrekken, spelletjes doen, thee drinken, samen koken, afwassen en schoonmaken.

Bij iedere inbreng van de negen deelnemers is wel een andere benaderwijze van de jongeren te ontdekken en bespreken. En dat gebeurt dan ook. Zonder terughoudendheid en met vertrouwen in elkaar delen betrokken vakgenoten hun ervaringen, vragen, suggesties en kijk op de begeleiding van de alleenstaande jongeren.
En terwijl gesprekken als vanzelf lopen luistert David, stelt vragen en vertaalt inbreng naar de gedachten van de methodiek. Dat het er primair om gaat de jongeren continuïteit en stabiliteit te bieden. Dat voor hen de voorwaarden moeten worden geschapen om zich in een mensvriendelijke omgeving te kunnen herstellen en ontwikkelen.
En of dat lukt? ‘Veel jongeren die weggaan zijn in tranen. Zo zijn ze hier gewend dat ze niet wegwillen’, zegt Erik. ‘Zeker als ze naar een AZC moeten is het hartverscheurend.’

‘Gelukkig blijf ik steeds de persoon zien’

‘Wil jij iets betekenen voor mensen die tijdelijk of langdurig ondersteuning nodig hebben? En wil jij opkomen voor de belangen van kwetsbare groepen? Dan is de opleiding Social Work iets voor jou.’ Zo verkoopt de Hanzehogeschool Groningen haar vierjarige opleiding.
Elodie Engberts volgde deze opleiding in haar geboortestad en werkt sinds juni in Vries met alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Sluit de opleiding aan bij haar werk?

Lang twijfelde Elodie tussen de studie Docent theater of Social Work, het werd dat laatste. ‘Ik vind het leuk om met mensen te werken en ben geïnteresseerd in de verbale kant van de zorg. Om met mensen in gesprek te gaan. Tijdens een stage op een zorgboerderij merkte ik dat het me aantrekt om met leeftijdsgenoten te werken. Dat het dan met name om het contact met pubers ging leerde ik bij de volgende stage op ROC Noorderpoort. Het is een ‘verrassende leeftijdsfase waarbij jongeren zich zo sterk mentaal en fysiek ontwikkelen.’

Er valt een stilte wanneer ze nadenkt over de vraag of ze veel aan de theorie van haar opleiding heeft gehad. ‘Het lijkt alsof ik alles alweer vergeten ben. Het was lastig dat de theorie op school zo droog kan zijn. Het leukst werd het wanneer docenten vanuit hun eigen praktijkervaring konden vertellen of wanneer er gastdocenten kwamen. Tijdens de stages, de praktijk leerde ik het meest. Daar leer je hoe je ergens mee om moet gaan. Zo moet de multiculturele samenleving vast besproken zijn, maar wat? Daarvoor moet ik diep in mijn geheugen graven.’
Weer valt er even een stilte.
‘Hier werk ik met jongens uit Syrië, Somalië, Eritrea, Benin, Guinee, Ethiopië, Afghanistan, Irak, Marokko en Turkije. Ze zijn allemaal heel anders, waarbij het de vraag is wat hun gedrag verklaart. Wat zit er in het karakter van de persoon, wat zit in de cultuur?
Vooral de leerzame supervisie van de opleiding komt nog vaak van pas. Ik leerde zo het meest over mezelf. Waarom ik bepaalde dingen voel of doe. Ik leerde er ook analyseren. Dat stress een signaal geeft naar mijn buik, maar ook dat ik in stressvolle situaties rustig blijf en kalm blijf praten. En ook al vertoont iemand lastig gedrag en is hij boos, dominant of opstandig, toch blijf ik iemand steeds als persoon zien - een jongere met een verhaal en een karakter. Lastig gedrag wekt mijn nieuwsgierigheid op. Wie is die persoon en waarom vertoont hij dit gedrag.
Doordat ik op een werkdag het liefst op de groep tussen de jongeren sta, luister naar hun verhalen en met hen in gesprek ga, ontdek ik het vanzelf. Ik werk aan een gezellige, vertrouwde sfeer door samen met hen naar muziek te luisteren, spelletjes te spelen en gewoon lekker thee te drinken.’

‘Een belangrijke theorieles uit de opleiding die me nu te binnen schiet is professionele afstand. Je moet er steeds bij stilstaan welke signalen je afgeeft. Hier werk je met puberende jongens en is het heel belangrijk duidelijkheid te scheppen wat jouw rol is, hun begeleider. Afstand en nabijheid is een dunne lijn, dus wanneer voor mij iets niet goed voelt ben ik daar helder over. Ook in ons team is dit regelmatig onderwerp van gesprek. Je helpt elkaar signaleren.’

Uiteindelijk denk ik dat de opleiding me goed heeft toegerust voor dit werk. Ik loop hier echter ook tegen dingen aan waarvoor ik nog niet alle kennis heb. Daar kan Yadeborg dan echter aan bijdragen met opleidingen zoals suïcidepreventie, engageren, positioneren en binnenkort een weerbaarheidstraining. En ook een cursus interculturaliteit zou ik wel leuk vinden om nog meer voor deze jongeren te kunnen betekenen.’

In hart en nieren verbonden

In hart en nieren is Tim Goldman (42) verbonden aan Yadeborg. In 2006 al trad hij in dienst bij Jade Zorggroep, de voorloper van de huidige organisatie. Als vijfentwintigjarige nam hij de zorg op zich voor slachtoffers van mensenhandel, zowel meisjes als jongens. Toen Jade flink moest inkrimpen moest hij voor enige jaren noodgedwongen afscheid nemen van zíjn organisatie om in augustus 2022 weer terug te komen op het vertrouwde nest. ‘Yadeborg vroeg me terug te komen en ik voelde de waardering. Dat ze blij met me zijn.’
Tim is een teamspeler die deze waardering ook nodig heeft. ‘De mensen die hier werken zijn het kapitaal van onze organisatie. Mensen moeten het hier fijn hebben en met plezier naar hun werk komen. Wie zich fijn voelt kan tot bloei komen en goed worden. Dat kan alleen als je elkaar iets gunt. Dat is in ons team het geval, er is een grote verdraagzaamheid.’

Gezellig maken
Gezelligheid en een goede sfeer zijn voor Tim ook de kernwoorden om het contact met de jongens te leggen die hij begeleidt. ‘Ik ben steeds bezig een goed pedagogisch leefklimaat te creëren. Eigenlijk is dat de sleutel, het gezellig maken en aandacht en positiviteit geven. Ik sluit aan bij de wereld van de jongens en dat is hier voetbal. Ze weten alles over elke speler. Doordat ik met hen een gezamenlijke band opbouw kan ik van daaruit werken. Wanneer de basis goed is, is het mogelijk om ook de lastige gesprekken aan te gaan.
Ik wil dat ze aan hun tijd hier mooie herinneringen over houden. Mijn lijfspreuk is niet voor niets, spaar zoveel mogelijk herinneringen. Daar kun je op teren.’

Alles uitpraten
‘Jongens geven me wel aan dat wij te veel praten. Ik denk niet dat je als opvoeder alles uit hoeft te praten. Je moet aanvoelen wanneer praat je wel en wanneer doe je dat niet. Ik ga daarbij sterk af op mijn gevoel.
Bij mij kan heel veel, maar als het niet kan dan is er ook geen ruimte. Wanneer ik hen gewoonlijk ruimte geef dan verwacht ik ook dat ze iets doen op de keren dat ik wel iets van hen vraag.’

Hetzelfde uitdragen
‘Als team dragen we hetzelfde uit en ondersteunen we elkaar. Dat is belangrijk. Zo maakt het voor de jongeren niet uit wie er aan het werk is, want wij als begeleiders hanteren samen dezelfde lijn. Die is voor hen voorspelbaar en creëert rust en veiligheid.
We praten als collega’s veel met elkaar en vormen samen de strategie hoe we met elkaar en de jongeren omgaan. We geven naar elkaar aan wat we moeilijk vinden en stellen ons daarin kwetsbaar op. Dat kan hier, want onze kernwaarden respect, betrouwbaarheid en gelijkwaardigheid zitten diep in ons en in de organisatie.’

‘Dat hij is opgebloeid maakt mij ook gelukkig’

‘Het is niet per se noodzakelijk dat nieuwe collega’s al eerder met jeugd werkten. Vrouwen en mannen die het werk in de zorg fysiek te zwaar vinden, kunnen voor ons goede krachten in de jeugdzorg worden. Wij investeren graag in hen’, zei teamleider Jan Vos in een eerder interview.
Alie Menger is zo’n collega die niet uit de jeugdzorg komt. Tot ze bij Yadeborg solliciteerde werkte ze jarenlang als verpleegkundige. ‘Ik was klaar met de zorg. Fysiek werd het me te zwaar en ik was eigenlijk ook vastgeroest. Ik vroeg me steeds af: als dit het niet is, wat dan wel?
Vriendinnen gaven me aan dat ze het een kwaliteit van mij vinden dat ik goed kan luisteren en gesprekken kan aangaan. Misschien gaf me dat het zetje om een opleiding life coaching te gaan volgen. Daarin leer ik de eigenschappen die ik van mezelf al heb, professioneel als gesprekspartner in te zetten. Ik maak met mensen stappenplannen en probeer hen handvatten te geven om hun problemen zelf op te lossen.
Toen ik op LinkedIn een vacature zag om jonge vluchtelingen te begeleiden, heb ik Jan Vos gebeld..
Het sollicitatiegesprek was heel gemoedelijk. Als verpleegkundige werkte ik ook een poos in de opvang van Ter Apel en daarom was het werk met vluchtelingen me niet onbekend.
Zelf herinner ik me ook nog de eerste keer dat ik hier binnenstapte. De luxe die je in gebouwen van de gezondheidszorg tegenkomt is hier niet aanwezig. Hier in de zorg voor deze jonge vluchtelingen werken we niet met het nieuwste van het nieuwste.
Dat is ook niet erg, want wat ik hier wel terugvond is het plezier in mijn werk. We hebben een heel divers team waarin we open kunnen zijn over de vraagstukken waar we tegenaan lopen. Wanneer er problemen zijn kan ik die bespreken met mijn collega’s en intervisie brengt ons ook bij andere, nieuwe inzichten.
Thuis zie ik er nu steeds weer naar uit om naar mijn werk te gaan. Dan ben ik nieuwsgierig hoe het met mijn collega’s en mentorkindjes gaat. Ik heb feeling met deze jongeren. Het zijn vluchtelingen met hun eigen bagage, maar het zijn geen probleemjongeren. Ze zijn hier zonder ouders en wij bieden hun veiligheid.
Als mentor kun je voor hen belangrijk zijn, want hun procedures kunnen lang duren en ze zitten met allerlei vragen. Ik had een jongen die heel neerslachtig was. Daar luister je naar en praat je mee. Je prijst hem en op een gegeven moment zie je hem weer lachen en is hij door onze inzet weer opgebloeid. Dat maakt mijzelf ook gelukkig.’

Alina Jongsma: ‘Samen doelen stellen en problemen kleiner maken’

In een woonwijk in Assen staat een rijtjeshuis waar 5 jongens bij elkaar wonen. Ze zijn allemaal nog maar net 18 jaar. De vijf zijn zonder ouders naar Nederland gevlucht. Nu ze als vluchteling erkend zijn moeten ze leren ook in Nederland op eigen benen te kunnen staan. Dat doen ze vanuit hun nieuwe thuis, de Kleinschalige Wooneenheid (KWE) van Yadeborg.
Alina Jongsma (52) is pedagogisch medewerker van de KWE. Ze begeleidt de vijf jongens en doet dat duidelijk zichtbaar met plezier.
Alina is moeder van 4 kinderen en oma van 7 kleinkinderen. Ze heeft dus volop ervaring om met deze jongens om te gaan. ‘Ik vind het fijn om mensen te helpen en aan te sluiten bij wat een ander nodig heeft. Voor iedereen is dat iets anders.’ Terwijl ze vertelt maakt Hashim voor het eerst een stokbroodje klaar. Iets makkelijks voordat hij – net klaar met school – naar zijn werk bij een supermarkt gaat.
‘Nadat onze jongste 15 jaar werd ben ik aan het werk gegaan. Eerst als vrijwilliger bij het Leger des Heils in de zorg voor dak- en thuislozen. Daar raden ze me aan opnieuw te gaan studeren en dat heb ik gedaan. Ik zocht uit wat voor opleiding ik moest volgen om jongeren te coachen. Na een opleiding contextueel gedachtengoed volgde ik de Mbo-opleiding specifieke doelgroepen en nu ben ik ook aan een coach-opleiding begonnen.’
Uit de keuken ontsnapt rook uit het deurtje van de oven. Wanneer Hashim de oven opent blijkt het brood al te zwart en hard om nog te eten. Alina staat al naast hem. Ze maakt er geen drukte om. Of het misschien een idee is volgende keer een wekker te zetten om op tijd te zijn?

Binnen Yadeborg is deze KWE de tweede locatie waar ze aan het werk is. ‘ Ik begon in de POA (Proces Opvang Locatie) in Vries met een groep van 28 jongeren van gemiddeld 15, 16 jaar. Ik liep er tegenaan dat ik ze allemaal maar een beetje aandacht kon geven. Hier begeleid ik veel meer 1 op 1 en dat past beter bij mij. In gesprek met hen stellen ze zich doelen. Problemen die ze ondervinden probeer ik klein te maken. Ze in kleine overzichtelijke taken terug te brengen, zodat ze ze stap voor stap kunnen afwerken op weg naar hun doel.’
Wanneer Anas uit school begroet hij Alina vriendelijk om even daarna met een brief van de gemeente bij haar te komen. Wat wil de gemeente van hem? Als Alina checkt wat Anas van de inhoud begrepen heeft, blijkt dat al heel wat. Sinds kort heeft ook Anas een baantje en heeft hij gevraagd zijn uitkering te stoppen. ‘De gemeente wil een gesprek met jou. Wil je alleen gaan of heb je graag dat ik als jouw mentor met jou mee ga?’ ‘Samen’, zegt Anas luid.

‘Anas zat in een negatieve spiraal. Wanneer hij sollicitatiebrieven stuurde werd daar nooit op gereageerd. Hij werd minder blij, zag het niet meer zitten en bleef veel op bed liggen. Samen met hem heb ik een Cv gemaakt. Daaruit kregen we mooie gesprekken. Waar ben je goed in? Wat zou jouw vader over jou zeggen? Wat zou jouw moeder over jou zeggen? Wat hebben ze je meegegeven? Hierdoor verbind ik hem met zijn familie en laat ik hem in zijn kracht komen.
Op een dag zijn we samen Assen ingelopen om bij elk restaurant binnen te stappen op zoek naar een baantje. Alleen durfde hij niet. Thuis hadden we de gesprekken al geoefend en het werkte. Anas vond zijn baantje.
Je ziet het verschil met toen. Zijn ogen stralen weer. Hij lacht, is vrolijk en trots.’

Nicole Kleve: ‘Als ik zeg: “Ik ga naar mijn huis”, dan bedoel ik de KWE.’

Medio juli opende Yadeborg in Haren een tweede Kleine wooneenheid (KWE) voor vier  alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Pedagogisch medewerker Nicole Kleve (22) begeleidt ze. ‘Eind mei kregen we de sleutel. Een rijtjeshuis, behoorlijk uitgeleefd en met een rampzalige tuin. Bij 30 graden was het bloed, zweet en tranen om het allemaal op te knappen en in te richten. Maar het is gelukt, alles is brand new. De eerste twee jongens kwamen hier 12 juli wonen en ondertussen al een derde.’

De buurt werd met flyers ingelicht over de nieuwe bestemming van het pand. ‘Direct daarna had mijn leidinggevende de wederzijdse buren al aan de telefoon, maar dat begrijp ik wel. Zelf zou ik het denk ik ook niet zo leuk vinden als er statushouders naast je komen wonen, als je alleen de beelden van tv kent. Toen ik nog niet in dit werk zat had ik mijn oordeel ook al klaar. Nu zijn we bij de eerste buren op gesprek geweest en is er voor hen veel duidelijker geworden. Binnenkort houden we open huis en een barbecue met de buurt.’

 

Het huis is er voor jongeren van 15 tot maximaal 21 jaar mét verblijfsvergunning. ‘Ze zijn erg gemotiveerd nu ze weten dat ze in Nederland mogen blijven. In de KWE kunnen ze dus echt bouwen aan hun toekomst. In de Internationale Schakelklas werken ze vooral aan hun Nederlandse taal, naast andere vakken zoals drama en rekenen. En daarna proberen we ze naar het MBO te loodsen, niveau 1 of 2, of voor een enkeling zelfs niveau 3. Meestal loopt er ook al een traject voor gezinshereniging als ze hier komen. Soms zitten ze te videobellen, dan krijg ik al iets mee van hun familie. Het is mooi om samen toe te werken naar de gezinshereniging.’


De jongeren worden stap voor stap voorbereid op hun nieuwe leven hier. Met hun mentor maken ze regelmatig de balans op: hoe gaat het op school? Moet er extra tijd of energie worden gestopt in zwemmen, in persoonlijke hygiëne, in verkeersregels of in andere competenties uit het begeleidingsplan?

Afhankelijk van hun ontwikkeling en de gezinsomstandigheden stromen de jongeren op enig moment uit. Soms naar een eigen kamer, als die in deze tijden van woningnood te vinden is, of naar hun ouders. ‘Jongeren die nog niet op zichzelf wonen moeten verplicht minimaal een jaar bij hun nagereisde ouders wonen. Aan de ene kant snap ik dat wel, maar het is niet altijd goed. Hoe jonger ze waren toen ze in Nederland kwamen, hoe meer ze ‘verkaasd’ zijn. Ze hebben hier hun eigen leven opgebouwd, spreken Nederlands, hebben andere vrijheden leren kennen… Dan is zo’n hereniging niet altijd een succes. Die ouders zitten in een heel andere fase als ze hier komen.’

 

Ook in de KWE zijn weleens spanningen. Tussen de jongens onderling, maar ook bij Nicole kriebelt het regelmatig. ‘Ze kennen geen tijd. Daar kan ik maar slecht aan wennen!’, lacht ze. ‘In Nederland werkt dat gewoon anders. En ook de Arabische pot spreekt mij niet zo aan, met die gekruide kippenhartjes en zo, maar het is natuurlijk niet beleefd om het altijd af te slaan.’ Het is geven en nemen, van alle kanten. ‘Je woont min of meer samen, als een gezin.’ Alle gedeelde ervaringen maken dat er soms hechte banden ontstaan. ‘In het begin was ik zelfs in het weekend bereikbaar, dan dacht ik: straks hebben ze me nodig. Maar dat heb ik afgeleerd. Je weet: als ze uitstromen mag je geen contact meer hebben. Dat is soms heel moeilijk, want dan worden ze wéér in het diepe gegooid. Maar je móet ze loslaten.’

Rochelle Rietdijk: 'de werkelijkheid is dat we hier toppers hebben'

Heel lang dacht Rochelle zelf dat ze in de wieg was gelegd om juf te worden. Het liep anders. Nadat ze haar opleiding tot onderwijsassistent had afgerond lukte het niet om aangenomen te worden op de opleiding tot leraar basisonderwijs. Als ‘tussenjaar’ koos ze voor werk bij de kinderopvang en volgde ze met succes een opleiding tot pedagogisch coach. In het bezit van dat papiertje openden zich de deuren voor een verkorte Hbo-opleiding. Maar welke?
Tot ze de vacature voor Pedagogisch medewerker bij Yadeborg onder ogen kreeg. Ze solliciteerde, en met de spanning in haar lijf mocht ze op gesprek komen.
‘Ik wilde de baan zo graag. De vragen tijdens het gesprek vond ik heel pittig. Ik dacht dan ook dat ik nooit zou worden aangenomen, maar na een meeloopdag werd ik gebeld. Ik was aangenomen.’

‘Ik vind het werk zo leuk! Ik dacht altijd dat die kleintjes mijn roeping waren, maar tijdens de eerste werkweek ontdekte ik dat ik zelf behoefte had aan een goed gesprek. Met de jongeren van 14 tot 18 jaar met wie ik nu werk, kun je dat voeren. De zorg voor hen is van een heel ander niveau. Ik leer ze zelfstandig worden, integreren, participeren. Ik help ze te bouwen aan hun toekomst.’

Ook bij haar collega’s voelt Rochelle zich thuis en welkom. ‘Ik heb fijne collega’s. Ik kan met al mijn vragen naar ze toe. Niets is raar. Niets is fout. Ondertussen volg ik naast mijn werk ook de Hbo-opleiding Social Work. Dat wat ik daar leer kan ik hier direct toepassen. Of het nu gaat over motiverende gespreksvoering of over zingevingsgesprekken.’

Rochelle staat positief in het leven. ‘Ik ben er van overtuigd dat de positiviteit die ik uitstraal ook overgaat op de jongeren die ik begeleid. Dat doen we als team ook. Los daarvan blijven we ook realistisch. We kunnen de onzekerheid over de toekomst van onze jongeren niet bagatelliseren. Ze verkeren in onzekerheid of ze hier mogen blijven of niet.’
‘Wij als begeleiders zijn het enige wat ze hier hebben. Wat ze van ons meekrijgen, daar moeten ze het mee doen. Ze leren hier dat dingen soms anders gaan dan wat ze van thuis mee hebben gekregen. In de maanden dat ze hier zijn, zie je een enorme ontwikkeling in hun gedrag. In hun taal, maar ook hoe ze meebewegen in de Nederlandse cultuur.’
Het zit Rochelle dwars hoe veel Nederlanders aankijken tegen de jongens die ze begeleidt. ‘Ik heb het gevoel dat ik me moet verantwoorden voor het werk dat ik doe. Dat vind ik moeilijk. Mensen zouden moeten weten wat een potentie hier zit.
Zelf had ik nooit een uitgesproken mening over vluchtelingen, maar toen ik hier aan werk ging was het ook voor mij een eyeopener.
Laatst hadden we hier een Burgerschapsdag met Nederlandse leerlingen die met onze jongens samen aan het werk gingen. Toen zagen ook de begeleidend docenten dat ze hun beeld moesten bijstellen. Dat de werkelijkheid is dat we hier toppers hebben.

Portret van Jeany Kaihatu

 ‘Elk moment is een nieuw moment om het nog eens te proberen’

Sinds september is zij een van de nieuwe krachten van Yadeborg, Jeany Kaihatu. Jeany werkt in Veenhuizen als coördinator, pedagogisch medewerker A op de groep voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen.
Na haar HBO-opleiding sociaal cultureel werk, werkte ze eerder als jongerenwerker in Utrecht en voor het COA.
Kaihatu houdt van organiseren en regelen. Dat is ook waarom ze zich op haar plek voelt als één van de twee coördinatoren op deze locatie. ‘Jarenlang lag mijn focus op de persoonlijke begeleiding. Dat ik me daar nu minder mee bezig hoef te houden en me meer mag focussen op hoe het met mijn collega’s gaat en wat er gebeurt met de jongens hier, bevalt me. Ik houd zo het overzicht op het geheel en het dwingt me iedereen nader te leren kennen.’
De jongeren in Veenhuizen zijn allen tussen de 14 en 18 jaar. Zonder ouders zijn ze naar Nederland gevlucht en verblijven ze bij Yadeborg in afwachting van en tijdens hun asielprocedure.
Jeany: ‘De jongens zijn hier alleen. En wij zijn hier de vader en moeder die uit moeten leggen hoe het er hier aan toe gaat. Hoe je je moet kleden. Hoe je moet eten.
Zo gaan ze allemaal direct al naar school, maar ze namen niet zoals andere jongeren gewend zijn een lunch mee voor tussen de middag. Daar organiseer ik per taalgroep dan een voorlichting over. Ik kocht allerlei etenswaren en stalde die voor hen uit. Ik leg hen uit waar ze wat kunnen halen, waar het goedkoop is en wat voedzaam is en wat niet.
Binnenkort moet ik gaan kijken wat ze er van opgepikt hebben. Ik ga er niet van uit dat ze alles in een keer weten. Elk moment is echter een nieuw moment om het nog een keer te proberen.’

Kaihatu geniet er van dat in Veenhuizen een compleet nieuw team aan de slag is gegaan. ‘Iedereen neemt zijn eigen levensbagage mee en het is zo mooi om te zien dat het klikt met elkaar. Het is voor mij prettig dat ik hier mijn steentje aan kan bijdragen. Iedereen heeft zin om te werken, nieuwe mensen te ontvangen en hen het gevoel te geven dat het prettig is hier te zijn. Wie mensen positief benadert, krijgt positiviteit terug.’

Portret van Eline Kloosterman

‘Wanneer je wil bijdragen aan de ontwikkeling van deze jongeren, dan moet je hier zijn’

Haar sollicitatiegesprek voor de vacature Pedagogisch medewerker B op de procesopvanglocatie in Vries noemt ze ‘awkward’. En dat het ongemakkelijk was, is ook wel begrijpelijk. Eline Kloosterman (23) had net voor de tweede keer langdurig bij Yadeborg stage gelopen, toen ze op sollicitatiegesprek ging bij de collega’s met wie ze al die tijd gewerkt had. ‘Ze wisten precies wie ze voor zich hadden en hoe ik werkte’. Het was dan ook geen verrassing dat Eline bij Yadeborg in dienst trad. Wanneer kort daarna bekend wordt dat in Veenhuizen een opvanglocatie opent, is ze er als de kippen bij. Daar wil ze werken.

‘De doelgroep spreekt me erg aan, deze minderjarige jongens. Omdat het leeftijdsverschil niet groot is beschikken we vaak over dezelfde humor en muzieksmaak. Tegelijkertijd zijn mijn grenzen voor hen duidelijk.
Ik wil de jongeren het gevoel geven dat ze hier veilig en vertrouwd zijn. Ze hoeven het hier net persé heel leuk te vinden, maar ze moeten het niet als een vervelende plek ervaren.’

In de opvanglocatie zouden jongeren – wanneer de procedure loopt zoals het de bedoeling is – 3 maanden moeten blijven. Ondertussen is het in de praktijk opgerekt naar 15 maanden. De IND kan de werklast niet aan.
‘De jongeren zijn hier nog maar kort, maar het gaat snel in hun hoofd zitten wanneer hun families nog in een onveilig land zijn en zij zelf in onzekerheid leven over hun eigen toekomst. Dat leidt tot slapeloosheid en een negatieve spiraal.’
Zolang de jongens in Veenhuizen wonen, bereiden Eline en haar collega’s hen voor op zelfstandigheid. Kloosterman: ‘Wanneer ze later uitstromen naar een Kleine Wooneenheid (KWE), dan moeten ze het zelf kunnen. Na de kerstvakantie maken we daarom een volgende stap. Ze moeten dan zelf op tijd leren opstaan voor school. Ik verwacht dat een aantal jongens om half acht klaar staan, terwijl anderen dan nog in diepe slaap in hun bed liggen.’

Elke bewoner krijgt bij Yadeborg zijn eigen leerdoelen voor bijvoorbeeld persoonlijke verzorging, adequaat kleden, sociale contacten maken en onderhouden.
Eline: ‘Het idee is dat de jongeren zich alle leerdoelen in drie maanden eigen moeten maken. Dat is niet realistisch. Doordat ze nu hier veel langer blijven kunnen ze de competenties wel halen.
Wanneer je iets wil bijdragen aan de ontwikkeling van jonge jongens die hier zonder familie zijn gekomen, dan moet je hier zijn.’
Onbezorgd is Eline echter niet. ‘Je vangt deze jongeren op en weet dat er voor hen gezinshereniging komt. Als je echter naar de intolerantie en het tekort aan woningen in de maatschappij kijkt, zit die nog op hen te wachten?'

Contactgegevens

Yadeborg
Postbus 20
9480 AA Vries
0592 - 379 444
info@yadeborg.nl