Yadeborg biedt alleenstaande minderjarige vreemdelingen opvang in onze Procesopvanglocaties (POA). Jonge alleenstaande statushouders vinden een veilig thuis in onze Kleine Wooneenheden (KWE's).
Ook vangen we meerderjarige (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel en mensensmokkel op. Hen bieden we opvang, begeleiding en ondersteuning binnen de Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM).
Veel van onze bewoners hebben traumatische gebeurtenissen meegemaakt. Daarom is het belangrijk dat ze bij ons een veilige basis vinden. Hier krijgen ze de tijd om tot rust te komen, en de ruimte om vooruit te kijken naar de toekomst en hun verdere ontwikkeling.
Yadeborg staat voor diversiteit en werkt kleinschalig. Onze verschillende locaties worden vanuit die visie vormgegeven. Kleinschaligheid is voor Yadeborg een belangrijk uitgangspunt om een goed pedagogisch leefklimaat te creëren en maatwerk te kunnen bieden in de individuele begeleiding.
Yadeborg is een zelfstandige, toekomstgerichte organisatie die voortdurend naar oplossingen en innovatie zoekt, zowel in als buiten ons eigen werk. Gemeenten en anderen die op dit dossier willen samenwerken en op zoek zijn naar passende oplossingen voor de slachtoffers, kunnen ons benaderen. We gaan graag met hen om tafel om te zien wat we samen kunnen bereiken.
Op zaterdag 26 september opent onze opvanglocatie in Vries haar deuren voor omwonenden.
Tussen 14.00 en 17.00 uur zijn buurtbewoners van harte welkom om kennis te maken met de jongeren die bij ons wonen en een kijkje te nemen.
Tijdens de middag staat ontmoeting tussen bewoners en bezoekers centraal. Samen met cultuurcollectief Bab Ad-Daar is een programma samengesteld met muziek, verhalen en een workshop Dabke, een traditionele Syrische dans. Ook worden persoonlijke verhalen gedeeld over onder meer cultuur, dromen, talenten en bijzondere ervaringen.
Als aandenken kunnen bezoekers hun naam laten schrijven in het Arabisch of Tigrinya op een sleutelhanger.
Met de open dag willen we inwoners van Vries en omgeving op een laagdrempelige manier kennis laten maken met de jongeren en hun achtergronden. Het evenement staat in het teken van ontmoeting, cultuur en verbinding.
Haar sporen in de jeugdzorg heeft ze al lang en breed verdient. 9 jaar zorg voor gehandicapte jongeren bij Noorderbrug en 21 dienstjaren bij jeugdgevangenis ’t Poortje brachten Jeanette Suttle in 2024 bij Yadeborg. Een goede keuze, zo vindt ze.
‘Bij ’t Poortje had je vaak escalatie, dat is hier niet zo. Ik ben geen jong meisje meer en had geen zin meer om met fysieke technieken mensen onder controle te krijgen. In de drie jaar dat ik hier werk heb ik dat nog maar één keer nodig gehad. Ik zit hier op mijn plek. Het loopt lekker en ik hoop hier tot 2030 te kunnen werken, wanneer ik met pensioen ga.’
‘Ik ben geen computer mens, maar een groepswerker’, vertelt Jeanette. ‘Ik vervul de taken op kantoor met de verslaglegging en meer zoals het moet, maar het liefst zoek ik de jongens op.’
Ze weet dat de jongens in hun tijd bij Yadeborg een heleboel moeten leren. ‘Als ze op kamers gaan moeten ze ook zelfstandig kunnen wonen. Dan moeten ze zelf hun kleren kunnen wassen, koken, schoonmaken, zelfstandig naar afspraken gaan. In hun tijd hier kan ik ze daarbij begeleiden. Ik moet ze alles uitleggen waarom het zo is. Dat is de zorg die ik lever.
Net als de collega’s controleer ik hun kamers en spoor de jongens aan om deze netjes te houden voordat het vies wordt.
Om de rest van de locatie schoon te houden heeft iedere jongere eigen, wisselende taken volgens een rooster. Dat kan zijn papier rapen in de tuin, of de gang, de wc, woonkamer of keuken schoonmaken. Wanneer het een keer niet vanzelf gaat zeg ik “kom op we gaan het samen doen”. Maar dan pakken ze het al uit mijn handen. Ze zijn behulpzaam en willen je graag helpen.
Ik stimuleer en beloon hen soms ook met muntjes. Hebben ze er 20 dan kunnen ze verzorgingsspullen krijgen of een klein bedrag voor boodschappen. Hoe dan ook, om negen uur is ook alles schoon. Het wordt gecontroleerd en om die tijd gaat de keuken op slot.’
Jeanette heeft als pedagogisch medewerker twee mentorkinderen waar ze - nog meer dan op de anderen – het oog op heeft. ‘Je moet eerst een band opbouwen met de jongens. Hoe je dat doet is voor iedere jongen verschillend. De een heeft behoefte aan contact, de ander houdt liever afstand.
Ik zit kort op hen en stimuleer hen in alles, bijvoorbeeld dat ze op school taalniveau 1 of 2 halen. Dan hoeven ze later de inburgering niet meer te doen. En wanneer ze op school hun best doen is MBO mogelijk.
Een van mijn mentorkinderen is ook vrijwilliger. Hij helpt oudere mensen in het dorp, speelt er spelletjes en drinkt koffie met hen. Hij leert er zo ook de taal.’
Zorgeloos is het bestaan van de jongeren niet. Jeanette ziet het dagelijks bij de jongeren die ze begeleidt. ‘Neem mijn twee mentorkinderen. Ze hebben een sterke band met hun familie. Ze willen voor hun familie zorgen en geld op kunnen sturen. Dat het moeilijk is contact met hen te houden geeft heel wat stress.
We observeren goed of te zien of er mogelijk wat speelt. Wat we opmerken beschrijven we in een overdracht, want iedereen hier en ook de voogd moet het van zijn mentorkind weten.
Ook als onze jongeren op verlof gaan willen we weten waar ze naar toe gaan. We vragen de jongens ons even te bellen wanneer ze zijn aangekomen, en dat doen ze dan ook.’
‘Gelukkig zijn er niet alleen zorgen. Er valt met de jongens ook veel te lachen. Bijvoorbeeld wanneer ze spelletjes als domino of vier op een rij spelen. Ze hebben graag dat je dan met hen mee doet en dat vragen ze dan ook.’